Hoofdtekst
rond 1860 werd in een wijk van St.-Truiden een spoorweg gebouwd; en iedere nacht werden de mensen van de wijk afgeschrikt door een vreselijk lawaai; op een nacht gingen de mannen zien: op de sporen liep een weerwolf die een zware ketel achter zich trok; hij liep ook zo langs de straten; ze namen hem gevangen en vroegen waarom hij de mensen zo bang maakte; hij zei dat hij moest verhuizen omdat de spoorweg z’n gebied doorkruiste en dat hij daarom boos was en de mensen afschrikte.
Beschrijving
Omstreeks 1860 werd in Sint-Truiden een spoorweg aangelegd. Iedere nacht schrokken de mensen wakker door een vreselijk lawaai. Op de sporen liep een weerwolf die een zware ketting achter zich aan trok. Toen men de weerwolf vroeg waarom hij zoveel herrie maakte, antwoordde het beest: "Ik ben boos omdat ik door de aanleg van de spoorweg ben moeten verhuizen".
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (sint-truiden)
636
Omstreeks 1860
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Truiden   
Plaats van Handelen
Sint-Truiden   
