Hoofdtekst
Ik hem e’k ik horen zeggen as ik klein was he as dat er in Groot-Vorst aane burcht die besta nu nog he en ik weet nie da da Beustereind is of nie, een gehucht van Groot-Vorst dat het do ’s avonds altij spookte en dat er do plonse in ’t water ware. Do is nu nog ne burggracht.
Beschrijving
In een burcht in een gehucht van Groot-Vorst spookte het. 's Avonds hoorde men er altijd een geplons in het water.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
270
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vorst   
Plaats van Handelen
Groot-Vorst   
Vorst   
