Hoofdtekst
As ge van onder opkwam van de 'kattestraat' en ge zag bovenop noa die aa wenning (= oude hoeve), hein, dan zei mijn moeder altijd, - doa was e lämpken - hein, wa bjaan (= brandde) hein, wor! - en dat moes(t) ge nie bezien anders dan leidde het tich verloren.
Beschrijving
Wanneer men uit de 'kattestraat' kwam, zag men boven een oude hoeve een dwaallichtje. Wie naar het dwaallichtje bleef kijken, verdwaalde.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
110
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
kattestraat (Millen)   
Naam Locatie in Tekst
Millen   
