Hoofdtekst
's Middags om twaalf uren goengen jongens uit de geburen de bos in en toen hoorden ze in ene keer e paard lopen. Ze zagen de takken hergaan, maar do was just of ze ene zak zilverstukken omschudden, zo klingelde dat. Dat woren de spoken die do zaten.
Beschrijving
Enkele jongens die om twaalf uur 's middags naar het bos gingen, hoorden gerinkel en zagen een spookpaard lopen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
135
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoeselt   
