Hoofdtekst
Mijn vriendinne weunde an ’t kerkhof. ’t Gebeurden daar olsan rare dingen. Ip nen avend ging ze de plaffeturen oe doene. Ze zag omme, en ze zag daar gedaanten zweven ip ’t kerkhof. Ze kwamen naar heur toe maar ze liep zere binnen en ze deed de deure toe. En z’hoorde toene schremen (wenen) en ’n bitje derachter ne zucht. En toene niet meer.
Beschrijving
Een vrouw die naast het kerkhof woonde, maakte vreemde dingen mee. Toen de vrouw 's avonds de vensterluiken wilde sluiten, zag ze op het kerkhof gedaanten zweven. Omdat de gedaanten dichterbij kwamen, ging de vrouw snel naar binnen en sloot de deur. Daarop hoorde ze gehuil en vervolgens een zucht. Daarna werd het stil.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
140
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bissegem   
