Hoofdtekst
Op 'Boerendanswei' tussen Bedeuil (= Widooie) en Könsem (= Koninksem) doa stond ene café en doa ging het volek da(n)sen, en enen uit de café speelde op de viool. 'Noë' wis(t) dat ook, en die was (ge)komen, en ze waren allemaal stijf gedronken, en die had doa de minse gemassakerd. Weiter (= toen hij) dan weg was, was doa nog e männeke met één broekspijp uit en één aan. Ze hadden hem zijnen arem gewrongen, omdat er nie wou verklappen bo 't geld lag. Tezijnes (= bij hem thuis) hadden ze het geld in d'jaad (= de aarde) gestoken. Hij had dat maar moeten wijzen, verstaat zje. Mè ze hebben hem stijf gehouwd, en hier aan de brier (= barrière) door de wei hebben ze hem laten lopen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In een café op de Boerendanswei tussen Widooie en Koninksem werd een dansfeest georganiseerd. Noë viel één van de mannen aan omdat die niet wilde verklappen waar hij zijn geld bewaarde. Bij de slagboom werd de man uiteindelijk toch vrijgelaten.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1126
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Boerendanswei   
Naam Locatie in Tekst
Widooie   
Plaats van Handelen
Koninksem   
Widooie   
