Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SBOHE0240_0241_29171 - Duivelsjongen zijn een grote hulp voor de bezitter (Huise)

Een sage (mondeling), 1956

Hoofdtekst

Duivelsjongen zijn een grote hulp voor de bezitter. Op Gallens hof was er in den tijd ne knecht die met duivelsjongen zat. Dien boever sliep in de paardestal en onder zijn bed lag er een zakske “met zijn duivelsjongen” gelijk dat hij zei. Galle zelve, den boer, en dierf aan het zakske niet komen omwille van de kwade hand. Als die knecht bijvoorbeeld wrede zware vrachten te vervoeren had, dan legde hij dat zakske op den deissel en hij vloekte gelijk nen bezetenen en het ging, en dat door die duivelsjongen. Den boer moest er wel aan geloven, want de paarden en kosten alzo niet trekken in zijn hand. Achter nen tijd verhuisde die knecht en dat zakske ook. Daar kwam dan op dat hof nen andere knecht, maar de paarden en trokken niet meer, geen avance, ze waren betoverd. Den boer heeft ze moeten verkopen en andere in de plaats kopen.

Beschrijving

Een knecht die op een boerderij werkte, bezat een duivelsjong. Dat duivelsjong lag in een zakje onder het bed van de paardenknecht in de paardenstal. De boer durfde het zakje niet aan te raken uit angst voor de kwade hand. Wanneer de knecht een zware vracht moest vervoeren, dan legde hij dat zakje op de dissel en vloekte als een bezetene. Dan kon hij het werk moeiteloos volbrengen. Op zekere dag nam de knecht samen met zijn duivelsjong zijn intrek op een andere boerderij. Sinds dat moment trokken de paarden van de boer niet meer, zodat de man ze allemaal moest verkopen.

Bron

S. Bohez, Leuven, 1956

Commentaar

3.1 Duivels
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
470
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Huise    Huise