Hoofdtekst
Belzen (Benjamin) Theuninck die dor ’t strooidak ging gon dekken voend dor e boekschge en zieder kosten d’er nieten van maken. En ze zijn ton nor de paster geweest en den dien koste d’er ook nieten van maken. En ’t schijnt dat dat van dat boekschge wos dat er dor zovele gebeurde. ’t Kwaad moet in dat boekschge gezeten èn.
Beschrijving
Op een boerderij waar het spookte, vond een man op het strooien dak een boekje waar hij niet wijs uit raakte. De man bracht het boekje naar de pastoor, maar ook die kon de tekst niet lezen. Het was door dat boekje dat er zoveel vreemde dingen op de boerderij gebeurden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (vrijbos)
160G
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Benjamin Theuninck   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
