Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0501_0504_32228

Een sage (mondeling), donderdag 16 april 1998

Hoofdtekst

I -En kent ge zo middels om een heks machteloos te maken of zo?23 -Wat dat?I - Om een heks haar macht af te nemen, wat ge moest doen als ge een heks tegenkwam?23 S -Dat weet ik niet, maar weet ge wat als ge een paasnagel onder uw deur zitten hebt dan konden ze niet binnen.I -Ja.24 -In de tijd zeiden ze dat, maar nu ...23 -Jamaar,Madelein,(in den tijd deden ze dat) maar nu bestaat dat niet meer. D’er zijn d’er geen meer.24 -Nee.I -Alhoewel, Jeannine van Klosse die zegt dat ze dat nog verkopen hé.II -Jeannine Winne van Klosse van Bein (Urbain De Winne), daar, ze heeft ons een gewezen zij, een paasnagel, allez, ik wist ook niet wat, hoe dat dat eruit zag.24 -Een paasnagel? In de paaskaars zit dat hé.23 -D’er zitten d’er vijf in hé, d’er zitten vijf nagels in, maar Meile zei dat er maar één goede bij is, maar ik kan ‘t ook niet geloven.I -Ah, d’er is dus maar één goede bij al die vijf nagels?23 -Bij die vijf dat er maar één goede bij is, maar ik weet niet ze (hoor) ik.II -De vijf dingen zeker.I -De vijf wonden van ...II -De vijf litaniën, zijn er zo geen vijf dingen zo?I -Ah, dat weet ik niet.II -Aan een weesgegroet zijn er toch vijf.23 -D’er kunnen d’er toch maar drie inzitten? D’er zitten d’er maar drie in!24 -... en aan zijn handen.23 -Ah ja.I -D’er zit er maar één aan zijn voeten hé.23 -Drie zijn d’er maar.24 -Drie ja.23 -Ze zeggen vijf, maar d’er zijn d’er maar drei. Maar ge moet geen g’helen (geen hele) hebben hé, ge moet een stek (stuk) hen hé. Maar in den tijd ....I -Ja?24 -Maar ge moet rap zijn (om er één te bemachtigen).23 -Ja, die (die) bouwden.24 -Maar nu, ge gaat nu uw huis laten wijden, ze doen zeur (zij) dat ook niet meer. Ze lachen ermee. Als ge bij de pastoor zou gaan (Wilt ge mijn huis komen wijden, zouden ze zeggen: “’t is al gedaan”, maar ze hebben niet(s) gedaan. Ze lachen d’er mee.II -Maar om daar op hetgeen dat daar gebeurde, die dingen die ze daar wegpakten, die blaffeturen en al was dat op de zondag van de kermis of de zondag ervoor?23 M’ -De zaterdag. De zaterdagnacht reden ze rond.24 -De zaterdagavond, de nacht van zaterdag naar zondag. II -En de zondag was’t kermis?23 -Ja.24 -Daarmee zagen de mensen het allemaal hé.II -De eerste zondag van mei een kermis?24 -De eerste zondag van mei, maar als de eerste mei op een zondag valt is ‘t geen.23 -Maar een week was het geen kermis,maar daar was enen (onverstaanbaar) op zijn land hé en ik ôt (had) zwalmen (zwaluwen) gehad ....Maar dat was de een voor de andere gij ôt (had) geweest van de jaar en ‘t naaste jaar was ... dat was azo hé.24 -Maar dat was geen toverij.I -Dat was meer een plagerij hé.

Beschrijving

Als men een paasnagel onder zijn deur stak, dan konden er geen heksen binnenkomen.
Vroeger lieten veel mensen hun huis wijden door de pastoor. Nu lacht de geestelijkheid met zulke zaken.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
23S
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Goriks-Oudenhove    Sint-Goriks-Oudenhove