Hoofdtekst
‘k heb nog horen vertellen van mijn vader, en den dien weet het van zijn vader, dat er hier ‘ne keer op den berg ‘ne kluizenare zat, ge weet wel, van die grijsaards die altijd eten moeten hebben van iemand el (anders). En hij kreeg altijd eten van ’n juffrouw, ’n rijke juffrouw die daar ook in den bos leefde.En op ‘ne keer, de kluizenaar had zeker wat letter (weinig) gelezen of entwadde: hij werd bekoord van den duivel. En de juffrouwe kwam en hij ging ze aan. En met de juffrouw aan te gaan, ommeddekeer ’t kwam ‘nen egel bij hem, en zegt er ’n stemme: "Ge hebt nu ’n grote zonde gedaan, en nu moet ge ‘nen drogen tak in uw handen pakken", zegt ie, "en ge moet er mee wandelen totdat hij blaren krijgt", zegt ie.En ze hebben die kluizenare jaren en jaren met dien drogen tak zien gaan in zijn hand. En ommeddekeer dien tak krijgt blaren en hij ging dood.
Beschrijving
Op de Tiegemberg woonde vroeger een kluizenaar die voedsel kreeg van een rijke juffrouw die in het bos woonde. Op een dag werd de kluizenaar bekoord door de duivel, wellicht nadat hij ergens iets had gelezen. De kluizenaar randde de juffrouw aan.
Daarna verscheen er een egel die sprak: "Je hebt een grote zonde begaan. Je moet een droge tak in je handen nemen en ermee rondwandelen tot hij bladeren krijgt". Jarenlang heeft men die kluizenaar met de droge tak zien rondlopen. Op zekere dag kreeg de tak bladeren, waarna de kluizenaar stierf.
Daarna verscheen er een egel die sprak: "Je hebt een grote zonde begaan. Je moet een droge tak in je handen nemen en ermee rondwandelen tot hij bladeren krijgt". Jarenlang heeft men die kluizenaar met de droge tak zien rondlopen. Op zekere dag kreeg de tak bladeren, waarna de kluizenaar stierf.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
639
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tiegemberg   
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
Plaats van Handelen
Tiegem   
