Hoofdtekst
Blauwkapje
Marloes en Lodewijk zitten naar een tekenfilm te kijken. Het gaat over Sneeuwwitje en de zeven dwergen.
"Spannend," zucht Lodewijk, als het is afgelopen.
Marloes doet de televisie uit.
"Zullen we ook een sprookje spelen?" vraagt ze.
"Een sprookje spelen? Ik doe liever boefje of zo."
Marloes gaat languit op de bank liggen.
"Dan spelen we niks."
"Nou, goed dan," moppert Lodewijk. "Wat moet ik doen?"
"Ik ben de boze wolf," zegt Marloes, "en ik lig in het bed van grootmoeder. Jij bent Roodkapje. Je moet naar de gang en dan moet je op de deur kloppen."
Lodewijk gaat naar de gang.
Even later klopt hij hard op de deur. "Grootmoeder, ben je thuis? Ik ben het, Blauwkapje."
"Kom maar binnen," roept Marloes. "de deur is open."
Lodewijk komt de kamer binnen.
Hij heeft een blauwe doek om zijn hoofd geknoopt.
"Ik ben Blauwkapje," zegt hij. "En de deur zat dicht."
Hij wijst op de doek om zijn hoofd.
"Hihi," grinnikt hij. "Blauwkapje. Leuk, hè?"
Marloes doet net of ze niks hoort.
"Dag kind," zegt Marloes. "Wat heb je in je mandje?"
"Ik heb geen mandje."
Marloes wordt boos.
"Je moet net doen alsof. Nou, wat zit er in je mandje?"
"Koekjes," bromt Lodewijk. "Van die lekkere koekjes met chocola erom."
Het blijft stil.
"Wat hebt u een grote oren," sist Marloes.
"Ja, wat hebt u een grote oren," zegt Lodewijk haar na.
"Dan kan ik je beter horen," zegt Marloes met een gek stemmetje.
"En een grote mond," zegt Lodewijk. "Dat is zeker voor de koekjes."
Marloes gaat met een zucht overeind zitten.
"Ik doe het niet meer. Jij verpest het spelletje expres."
"Ik wil de wolf zijn." zegt Lodewijk. "Dat is veel leuker dan dat stomme Roodkapje."
Marloes loopt naar de deur.
"Goed, jij bent de wolf en ik ben Roodkapje. Ga maar in het bed van grootmoeder liggen."
Tevreden gaat Lodewijk op de bank liggen.
Marloes verdwijnt in de gang.
Er gebeurt een tijdje niets.
"Kom maar binnen met je mandje," roept Lodewijk. "De deur staat open."
Marloes komt binnen.
Ze draagt een tas van Leontine in haar hand.
"Wat zit er in de tas, kind?" vraagt Lodewijk met een zware stem. "Koekjes zeker?"
Marloes kijkt in de tas.
"Nee," zegt ze. "Een plastic zak."
"Hè?" zegt Lodewijk verbaasd. "Er moeten koekjes in zitten!"
"Zeker vergeten," zegt Marloes. "Grootmoeder, wat heeft u een gekke broek aan."
Lodewijk kijkt naar zijn broek.
"Mijn oren," fluistert hij. "Je moet iets zeggen over mijn oren."
Marloes trekt hard aan Lodewijks oor.
"Grootmoeder, wat heeft u een paar prachtige flaporen. Daar kun je lekker hard aan trekken!"
"Au!" schreeuwt Lodewijk. "Zo gaat het sprookje helemaal niet!"
Hij wrijft zijn rode oor.
Marloes springt boven op hem.
"Mijn lieve Sneeuwwitje!" roept ze. "Ik ga je wakker kussen. Ik ben de prins van je dromen!"
Lodewijk probeert Marloes van zich af te duwen.
"Ik ben Sneeuwwitje niet! Dat is een heel ander sprookje, stommerd!"
Marloes klautert van hem af.
"Nou zie je eens hoe vervelend het is, als je een spelletje verpest."
Lodewijk gaat overeind zitten.
Zijn haar is in de war en zijn oor is helemaal rood.
"Ja," zegt hij. "Vreet me nou maar op."
"We doen wel een ander sprookje," zegt Marloes. "Van Hans en Grietje en de heks."
"Ik ben Hans," roept Lodewijk. "En jij bent Grietje. Maar wie is dan de heks?"
"Kom op," zegt Marloes. "We gaan Saskia ophalen. Dan mag zij de heks zijn."
(Henk Hokke: Marloes is verliefd. [Kampen] 1993, p.5-9.)
Marloes en Lodewijk zitten naar een tekenfilm te kijken. Het gaat over Sneeuwwitje en de zeven dwergen.
"Spannend," zucht Lodewijk, als het is afgelopen.
Marloes doet de televisie uit.
"Zullen we ook een sprookje spelen?" vraagt ze.
"Een sprookje spelen? Ik doe liever boefje of zo."
Marloes gaat languit op de bank liggen.
"Dan spelen we niks."
"Nou, goed dan," moppert Lodewijk. "Wat moet ik doen?"
"Ik ben de boze wolf," zegt Marloes, "en ik lig in het bed van grootmoeder. Jij bent Roodkapje. Je moet naar de gang en dan moet je op de deur kloppen."
Lodewijk gaat naar de gang.
Even later klopt hij hard op de deur. "Grootmoeder, ben je thuis? Ik ben het, Blauwkapje."
"Kom maar binnen," roept Marloes. "de deur is open."
Lodewijk komt de kamer binnen.
Hij heeft een blauwe doek om zijn hoofd geknoopt.
"Ik ben Blauwkapje," zegt hij. "En de deur zat dicht."
Hij wijst op de doek om zijn hoofd.
"Hihi," grinnikt hij. "Blauwkapje. Leuk, hè?"
Marloes doet net of ze niks hoort.
"Dag kind," zegt Marloes. "Wat heb je in je mandje?"
"Ik heb geen mandje."
Marloes wordt boos.
"Je moet net doen alsof. Nou, wat zit er in je mandje?"
"Koekjes," bromt Lodewijk. "Van die lekkere koekjes met chocola erom."
Het blijft stil.
"Wat hebt u een grote oren," sist Marloes.
"Ja, wat hebt u een grote oren," zegt Lodewijk haar na.
"Dan kan ik je beter horen," zegt Marloes met een gek stemmetje.
"En een grote mond," zegt Lodewijk. "Dat is zeker voor de koekjes."
Marloes gaat met een zucht overeind zitten.
"Ik doe het niet meer. Jij verpest het spelletje expres."
"Ik wil de wolf zijn." zegt Lodewijk. "Dat is veel leuker dan dat stomme Roodkapje."
Marloes loopt naar de deur.
"Goed, jij bent de wolf en ik ben Roodkapje. Ga maar in het bed van grootmoeder liggen."
Tevreden gaat Lodewijk op de bank liggen.
Marloes verdwijnt in de gang.
Er gebeurt een tijdje niets.
"Kom maar binnen met je mandje," roept Lodewijk. "De deur staat open."
Marloes komt binnen.
Ze draagt een tas van Leontine in haar hand.
"Wat zit er in de tas, kind?" vraagt Lodewijk met een zware stem. "Koekjes zeker?"
Marloes kijkt in de tas.
"Nee," zegt ze. "Een plastic zak."
"Hè?" zegt Lodewijk verbaasd. "Er moeten koekjes in zitten!"
"Zeker vergeten," zegt Marloes. "Grootmoeder, wat heeft u een gekke broek aan."
Lodewijk kijkt naar zijn broek.
"Mijn oren," fluistert hij. "Je moet iets zeggen over mijn oren."
Marloes trekt hard aan Lodewijks oor.
"Grootmoeder, wat heeft u een paar prachtige flaporen. Daar kun je lekker hard aan trekken!"
"Au!" schreeuwt Lodewijk. "Zo gaat het sprookje helemaal niet!"
Hij wrijft zijn rode oor.
Marloes springt boven op hem.
"Mijn lieve Sneeuwwitje!" roept ze. "Ik ga je wakker kussen. Ik ben de prins van je dromen!"
Lodewijk probeert Marloes van zich af te duwen.
"Ik ben Sneeuwwitje niet! Dat is een heel ander sprookje, stommerd!"
Marloes klautert van hem af.
"Nou zie je eens hoe vervelend het is, als je een spelletje verpest."
Lodewijk gaat overeind zitten.
Zijn haar is in de war en zijn oor is helemaal rood.
"Ja," zegt hij. "Vreet me nou maar op."
"We doen wel een ander sprookje," zegt Marloes. "Van Hans en Grietje en de heks."
"Ik ben Hans," roept Lodewijk. "En jij bent Grietje. Maar wie is dan de heks?"
"Kom op," zegt Marloes. "We gaan Saskia ophalen. Dan mag zij de heks zijn."
(Henk Hokke: Marloes is verliefd. [Kampen] 1993, p.5-9.)
Onderwerp
AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   
ATU 0333 - Little Red Riding Hood   
Beschrijving
Een meisje en een jongen spelen het sprookje van Roodkapje na. Het maakt niet uit wie de wolf speelt en wie 'Blauwkapje', de kinderen zijn niet tevreden met elkaars spel, en besluiten een ander sprookje te gaan spelen.
Bron
Henk Hokke: Marloes is verliefd. [Kampen] 1993, p.5-9.
Commentaar
1993
The Glutton (Red Riding Hood)
Naam Overig in Tekst
Marloes   
Lodewijk   
Roodkapje   
Blauwkapje   
Sneeuwwitje   
Hans   
Grietje   
Saskia   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
