Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een dag was Bakelandt te weten gekomen dat er op een boerderij bij de Vuufwege rijke mensen woonden. Twee zonen van die boer kwamen op zekere dag te paard terug van de paardenrennen in Langemark. Omdat de mannen 's avonds laat alleen door het Vrijbos naar huis moesten komen, zonden hun bezorgde ouders een knecht naar het bos om hen te begeleiden. De rovers van Bakelandt zaten langs de kant van de weg te wachten tot de twee boerenzonen zouden voorbijkomen. Toen ze de knecht zagen aankomen, vermoordden ze hem en legden zijn lijk onder het gebladerte in het midden van de weg. Een tijdje later kwamen de twee broers op die plaats. Eén van de paarden wilden niet meer vooruit, waardoor de man van zijn paard sprong. De man stond nog maar net op de grond, of de rovers van Bakelandt grepen hem al vast. De man werd meegevoerd naar de spelonk van de rovers. Zijn broer haastte zich naar een herberg om hulp te halen. De rovers beloofden hun gijzelaar de vrijheid als hij zou vertellen waar het geld op de boerderij werd bewaard. Toen de man dat had gezegd, werd hij geblinddoekt en sloeg men met hem een weggetje in. Daarop zei de man: "Dat is de weg naar mijn huis niet!" Het volgende ogenblik schoten de rovers hem dood.
Op een avond trok de bende van Bakelandt naar die boerderij. De boer was echter doodziek en Bakelandt zag dat de pastoor hem de Laatste Sacramenten kwam toedienen.
Op een dag lieten de schout en de burgemeester van Rozebeke het hele Vrijbos uitkammen door de politie. Bakelandt had nog net de tijd om in een uitgeholde boom te kruipen. Hij hoorde dat de schout hem had aangeklaagd. Daarna pleegde de bendeleider een inbraak bij de schout. De arme man werd in de schoorsteen van zijn huis opgehangen. Vervolgens gaf Bakelandt zijn kompanen de opdracht het vuur aan te steken. Toen het vuur niet wilde branden, zei Bakelandt: "Dat is niet erg. Gerookt vlees is ook goed". Na de overval heeft men de schout uit zijn hachelijke positie kunnen bevrijden. De man durfde niet meer in zijn huis te blijven wonen en verhuisde naar Brugge. Op zekere dag belde Bakelandt gekleed aan bij de schout in Brugge. Omdat hij gekleed was als een heer, werd hij binnengelaten en naar het kantoor van de schout gebracht. Daar sprak de rover tot de schout: "Weet je wel wie er hier voor je neus staat? Ik ben het, Bakelandt. We zullen je met rust laten, maar als je mijn naam durft te noemen, dan ga je eraan. Je bent voor mij gevlucht, maar wij weten je wel te vinden".
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Bakelandt
Laatste Sacramenten   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
Plaats van Handelen
Vuufwege   
Rozebeke   
Langemark   
Brugge   
Vrijbos   
