Hoofdtekst
Woedende duivel trapt gat in een muur.Mijn mere zei altijd da ge binst d’hoogmesse nie en meugt werken. En der was daar nou toch ne keer ne man die geren zou gekaart hên binst d’hoogmesse.En der kwaamt daar direkt nen here in ’t zwart binnengestapt en ie zei:“Zoude gij geren nen deel doen?”Maar diene man hâ nou toch gezien dat dienen here perdepoten hâ.En ie wildege niet.En dienen here in ’t zwart es in een koleire buiten gegaan.“Daar zilde nog van horen!” zei ’t hij.En mee zijne voet gaf ’t ie azo ne stamp op de muur dat er een g’heel brokke steen uitviel. En sedertdien en kan ’t er niemand da hol opvullen, ze meugen doen wat da ze willen.
Onderwerp
SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   
SINSAG 0904 - Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).   
Beschrijving
Tijdens de hoogmis mocht men niet werken. Een man die tijdens de hoogmis toch eens wilde kaarten, zag een in het zwart geklede heer binnenkomen, die zei: "Zou jij graag eens de kaarten delen?" De man had echter gezien dat die heer paardenpoten had en hij wilde niet. Daarop liep de heer boos naar buiten met de woorden: "Daar zal je nog van horen!" De heer schopte met zijn voet tegen de muur zodat er een steen uitviel. Daarna is niemand er nog in geslaagd om dat gat in de muur op te vullen.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (zuiden)
231
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Everbeek   
