Hoofdtekst
Die wuvetjes die de kwaan hand hadden kwamen ton (dan) achter melk bij de mensen, voor dat te kunnen lappen. Je mochte ton niet vergeten van een beetje zout d’rin te doen, dat is gewijd, ze kosten ton niet aan je doen... Of zout voor de zulle (dorpel) leggen, ze kosten daar niet over. Zout is gewijd en ze kunnen over de macht van ons Here niet wè (hoor). As ze geen zout d’rin deien (deden), lei (legde) ze een kwaan hand en de beesten hadden ’t ook en je koste (kon) niet meer kernen en al. Ze deien (deden) vele kwaad wè die wuvetjes. Dat is hier vele voorgevallen vroeger.
Beschrijving
Om zichzelf tegen heksen te beschermen, moest men zout in de melk doen of zout voor de dorpel leggen. Zout was immers gewijd. Als men die maatregelen niet in acht nam, dan kwam men onder invloed van de kwade hand. De dieren werden dan ziek en men kon geen boter meer karnen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
220
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Snaaskerke   
