Hoofdtekst
In Troot was ze hout aan 't dragen - de heks - en ze wilde thuisgaan. Doa kwam iemand door, die kwam van de kleermaker van Vliermaal, en he wilde ook hout gaan halen, mè enen andere ze(g)t tegen hem: 'gaat doa nie, jong!' En he is e kruis voor de deur van dat wijf gaan leggen. Ze kon nie binnen. 'Laat mich in, laat mich in!' riep ze maar... zo he(ef)t ze lang gesmeek(t). Ze he(ef)t misschien vijfentwintig keren rond het huis rondgelopen eer ze binnenkon.
Beschrijving
Een heks die terugkwam van Troot, kwam een man tegen die in Vliermaal naar de kleermaker was geweest. De man ging snel een kruis voor de deur van het huis van de heks leggen. Omdat de heks daardoor niet binnen kon, stond ze te jammeren: "Laat me binnen! Laat me binnen!" De heks heeft zeker vijfentwintig keer rond haar huis gelopen vooraleer ze binnen geraakte.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
805
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Overrepen   
Plaats van Handelen
Troot   
Vliermaal   
