Hoofdtekst
as me zuster, Lorence, hiel klên was, dui ze ni ânders as grêne dag en nacht; en in Lök heit er iemand vuir huir gebeide; en zellis moesten och meibidde; en as ze vuir de 2de kier dô ginge, dan was het gedôn; da was och de kôjând; en huir wieg was hiel kapot gevroete.
Beschrijving
Omdat Laurence door de kwade hand was geraakt, huilde ze de hele nacht. De ouders gingen naar Luik, waar iemand beloofde voor het kind te zullen bidden. Toen de ouders voor de tweede keer naar Luik gingen, was het kind genezen.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (sint-truiden)
568
Zus van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Laurence   
Naam Locatie in Tekst
Niel   
Plaats van Handelen
Luik   
