Hoofdtekst
Up nen andre keer, ’t wos geen schole dien dag, waren twee zusters de stoven aan ’t kuisen in de klassen, en de andere twee zaten aan ’t werk in de keuken. En ommettekeer zagen ze een wezen (aangezicht) bewegen aan ’t venster, en de zusters kregen natuurlijk masse benauwd, wat ging er gebeuren van oese aan die deure kwamen vanuit de klasse en de stoutste van de twee in de keuken ging toch gaan bellen en ton hèn ze da wezen niet meer gezien.
Beschrijving
Twee kloosterzusters waren de kachels in de klassen van de school aan het poetsen. Ondertussen waren twee andere zusters in de keuken aan het werk. Plots zagen de zusters een gezicht bewegen bij het raam. Doodsbang telefoneerde één van de zusters om hulp. Die vreemde verschijning heeft men daarna niet meer gezien.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
164
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zonnebeke   
