Hoofdtekst
’t Was een keer een die aan boord moeste komen, en onderweg, ’t sprong een zwarte katte op hem. En ’t waren gelijk al bubbels (uitslag) die op zin lijf kwamen. Dat was een spookkatte. En je (hij) ging naar de paster voor (om) te belezen en is ton (dan) weg gegaan.
Beschrijving
Een man die besprongen was door een spookkat, kreeg overal bobbels op zijn lichaam. Nadat de man zich door de pastoor had laten overlezen, gingen de bobbels weg.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
102
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stene   
