Hoofdtekst
Do was eens ne joeng en dieje was mee een maske op gank. Toen zei dieje joeng "ik moet mijn broek eens afdoen, hie is mijne builneusdoek, as er ne hond komt, werpt dieje ma". En de hond kwam en da maske smeet heure zakdoek. Toen kwamp dieje joeng terug en hij had nog een stuk zakdoek tusse zijn tan’.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen die met zijn vriendin aan het wandelen was, zei onderweg: "Ik moet even een boodschap doen. Mocht er ondertussen een hond op je afkomen, gooi dan mijn zakdoek naar het beest". Het meisje deed wat haar vriend haar had aangeraden. Toen de jongen terugkwam, stelde het meisje vast dat hij een stuk van de zakdoek tussen zijn tanden had.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
648
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
