Hoofdtekst
Vroeger was dat ne grote bus aan ’t kasteel van duc d’Arenberg. D’r was daar een leegte en tonne een hoogte. Dat was de mote. Mijn vader ging aan gunter kanten gaan vrijen. Hij had zijn lief naar huis gedaan. Hij kwam naar huis en "tussen ten twaalven en ten één is ’t firning op de been”, dat was een oude spreuke. Hij zag almetnekeer ’t motewijvetje. Ze stak hem altijd maar voorbij en ze liet hem ton were vorengaan. Dat was niet anders dan ne kapmantel dat hij zag. Geen handen en geen benen. Hij vroeg wat dat ze moeste hebben. Ze zei niet. Vader zweette dat ’t achter hem liep en dat zijn klakke d’rvan nat was.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Bij het kasteel van Duc d'Arenberg was vroeger een groot bos. In dat bos was een vlakte met daarachter een heuvel. Een man die terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, werd tussen middernacht en één uur gevolgd door het Motewijvetje. De verschijning stak de man telkens voorbij en liet hem vervolgens weer voorop lopen. De man zag alleen een kapmantel, zonder handen of voeten. De man vroeg wat de verschijning wilde, maar er kwam geen antwoord.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (houtland)
114
fabulaat
Naam Overig in Tekst
motewijvetje (Koekelare)   
Duc d'Arenberg (kasteel)   
Naam Locatie in Tekst
Koekelare   
