Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0119_0120_14947 - Mare is gekende heks

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

De Mare, ze zeien dat dat een kwâ vrouwmens was die etwa (iets) koste. ‘k Zij d’r ik ook nog van bereen. En haar vinger vaste houden he, en ze gerochte geraakte toch weg, en ‘k zagen wien dat ’t was he. En ‘k kennen ze nog wè (hoor). Dat was ook zo’n hekse dat wuf. ‘k Gaan ze niet noemen. En ‘k voelden ze komen he, aan m’n hoofdeinde op, tussen slapen en waken. Dat wuf is ton (dan) later nog haar macht afgenomen van ’t geestelijk. M’hebben ton zout onder de zille (stoep) geleid, dat ze niet meer binnen koste (kon), en onze schoenen “neuze aan nèze” (naast elkaar met hielen in tegenovergestelde richting), ze koste ton niet bij je.

Beschrijving

De maar was een heks die de mensen 's nachts kwaad deed. Een vrouw die door de maar werd bereden tussen het waken en het slapen, hield de maar bij de vinger vast. Toch geraakte de heks echter ongemerkt weg. Toen de vrouw zout onder de dorpel had gelegd en haar schoenen met de neuzen tegen elkaar had gezet, kon de maar niet meer binnen.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
93
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Stene    Stene