Hoofdtekst
Over Flabbaart hek nog horen vertellen van moeder zaliger. Dat hij in den tijd (vroeger) in de buize die daar onder de steenweg liep zat. En als men ’s avonds late voorbijtrok, trok hij de mensen in de beek en dweilde (sleurde) ze erdoor. Hij en verdronk ze niet maar zettige ze were op de kasseie. Zekere avond kwam er nen priester van een zieke en Flabbaart trok hem erin. En de priester zei:"Flabbaart ge zult niet lachenDa zulde genen tweede keer doen." Maar hij sloeg ne wilde schaterlach uit. Dienen priester ging naar hoger hand en hij is verwezen naar de Rode of de Zwarte Zee… ‘k en wete niet goed. En hij komt nooit niet meer were.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
Beschrijving
Vroeger zat Flabbaart in een pijpleiding onder de steenweg. Late voorbijgangers werden door Flabbaart in het water getrokken en door de leiding gesleurd. Flabbaart deed zijn slachtoffers niet verdrinken en zette hen weer op de grond. Op een avond kwam een pastoor terug van een bezoek aan een zieke. Toen de pastoor door Flabbaart in het water werd getrokken, sprak de geestelijke: "Flabbaart, je zal niet lachen. Dat zal je geen tweede keer meer doen!" Flabbaart lachte luid en spottend. Na dat voorval ging de pastoor naar de hogere geestelijkheid, die hem toestemming gaf om Flabbaart naar de Rode of de Zwarte Zee te verbannen. Daardoor kon Flabbaart nooit meer terugkomen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
66
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Flabbaert   
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Rode Zee   
Zwarte Zee   
