Hoofdtekst
Ene mens die ich vroeger goed gekend heb, gong auch es jagen en ie schoot al van den ierste keer ne schonen haas en ie was wel get fier en toen ie heivers was, wou ie em uit zijn tas halen en toen zaat er allein maar get zand in en de mensen hebben zich bekans kapot gelachen, maar ie heeft altijd gezagt dat een heks em dat gelapt had.
Onderwerp
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Een jager had een mooie haas geschoten. Hij stak het dode dier in zijn weitas en ging naar huis. Toen de man zijn buit aan de mensen wilde tonen, lachten ze hem allemaal uit: de weitas bevatte enkel wat zand.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (weert en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kessenich   
