Hoofdtekst
42 Maar vroeger speelden de ‘läöi’ zelf spook, hé. Als het dan was dat ze ergens iets graag gehad hadden of ergens iets … Ik weet, het is nog eens geweest dat een huiske verkocht werd. En toen ging die vrouw daarneven, - die had dat graag gehad, maar aan een kleine prijs dan natuurlijk. Enfin, vroeger was al niks duur, maar ja. En dan ging die ’s nachts om twaalf uur, ging die in de kelder bij hun rammelen met van alles. En dan zeiden ze: "Och God, het spookt." Dat was het eerste wat de ‘läöi’ vroeger zeiden: "Het spookt." Ja, en toen hadden ze gezien dat die vrouw in de kelder zat. Dat was dan, ene die durfde, die had haar ‘getrapjéd’ (betrapt).
Beschrijving
Een vrouw die het huis van haar buren voor een spotprijs wilde kopen, ging 's nachts in de kelder tegen de muren kloppen, opdat de buren zouden denken dat ze in een spookhuis woonden. Op zekere dag werd de vrouw toch betrapt.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
42I 587
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zussen   
