Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0132_0132_17845

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Mijn ouders weunden op ’n boerderie met ‘nen ast erbij.‘k Was den oudsten van achte. En den oorloge kwam, en we hadden geen kolen niet meer en geen cichoreien. Maar den boer neffens ons had vele cichoreien, maar geen kolen. En ‘k droogde ‘k ik zijn cichoreien hé.En op ‘ne keer, ’t was den laatsten ast en we hadden twee uren vertraginge. En den boer ging ten achten naar huis om brood te bakken - want in dien tijd bakten we zelve ons brood hé - en hij ging rechte deur ’t veld om gauwe thuis te zijn nietwaar, want we hadden twee uren vertraginge. Maar hij liep heel de nacht rond op dezelfste partie land. Ja, hij was heel de nacht verleerd geweest. En was het nit dat ‘k zelve ten driên van de nacht de deure opendeed om te zien of hij nog niet afkwam - want de cichoreien moesten gedroogd zijn hé - hij zou altijd voort rondgelopen zijn.

Beschrijving

Een boer ging omstreeks acht uur naar huis om brood te bakken. De boer ging door het veld om snel thuis te zijn. De boer raakte echter verdwaald en was om halfdrie 's nachts nog steeds niet thuis.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
145
Tijdens de oorlog (WOI of WOII)
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Tiegem    Tiegem