Hoofdtekst
In Berg was ook ene jong met e mètske goenk. Eens woren ze vanein oaf en het mètske goenk allein thaus. Ze koem ene hond tegen en gooide heure moalplak op hem. Toen ze 's anderendoags heure jong terug zoog hous hij de fetsen van de moalplak nog tussen zijn taan hangen.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een meisje uit Berg wandelde 's avonds naar huis, toen ze plots een hond tegenkwam. Het meisje gooide haar zakdoek naar de hond en liep verder. De volgende dag zag het meisje dat haar vriend de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
504
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Huibrechts-Hern   
Plaats van Handelen
Berg   
