Hoofdtekst
Zieder zaten dor in dat bus, ’t Vrijbus. ‘k En hoord datten ze pakte en datten ze wreed pijnigde en dat ze toen mosten ulder geld geven. Zieder zaten dor in dat hoekschge wor dat dat hol nu is. ’t Wos dor èn oenderaardschen gang. En z’èn hem ontdekt. Bij dage zatten hij dorin en bij nachte gingten hij gon stelen. Volgens dat’k ik hoorde, wossen hij niet vele bevolkt met die bende. ‘k Willen dormee zeggen, er wos dor niet vele volk bij. Ze zeggen datten niet vele moorden gedon et mor ’t ligt dor nu nog e vromens in ciment met heur hoofd of. Dat bewijst toch wel datten moorden gedon et enee? Enne wiste hij genoeg wor dat er geld wos wè!
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Bakelandt vertoefde in het Vrijbos, waar ze voorbijgangers van hun geld beroofden. Op zekere dag werden de rovers opgepakt toen ze in een onderaardse gang verscholen zaten. Men geloofde dat de bende van Bakelandt niet veel moorden had gepleegd, maar de rovers hebben in ieder geval wel een vrouw onthoofd.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
100A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
Plaats van Handelen
Vrijbos   
