Hoofdtekst
Beschrijving
Een jongen die bij zijn oom logeerde, werd ’s nachts wakker door lawaai. “Blijf maar liggen, jongen, dat gebeurt hier iedere nacht”, sprak de oom. De jongen zette een mooie melkstoel die hij van de zolder had gehaald, in de stal. De volgende dag stond die stoel echter opnieuw op de zolder. Hetzelfde gebeurde nog enkele keren opnieuw. Die stoel behoorde toe aan een tovenaar of aan de duivel.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
3.1 Duivels
brabants (zuid-west)
187I
Kindertijd van de vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Halle   

