Hoofdtekst
Kamille, hier van ’t gebuurte, werkte vroeger op ’t hof waar dat den ouden burgemeester nu nog weunt. En der is daar ’n dreve die naar ’t hof gaat, waar dat er geen één huis langs staat.En zegt ie: "’k Wasse ‘k ik gewoon dat er daar altijd ’n beeste op mijn schouders kroop. ’t Was mij ’t kijken niet weerd, maar ‘k zweette ‘k ik toch iedere keer".En der stond daar ’n kapelle - ze staat er nog - en als hij van ’t hof kwam, dat was alzo ’n honderd twintig meters te gaan, als hij dus uit de dreve kwam, mijnhere, nereweerds, was die beeste daar iedere keer. En ze was alzo de grootte van ‘nen ezel. Ze stelde heur op heur achterste poten en met heur voor poten op zijn schouders. En ze had ‘ne groten langen steert die op de grond sleepte, en grote ogen. En ze bleef op hem tot aan ’t kapelleke, en toen was ze weg.En we zeien: "Kamille, ge zoudt toch wel gevallen hebben met die zwarte poten op u!" - "Jamaar", zeid’ie, "ze was zij niet zwaar! Van ’t gewichte voelde ‘k nieten. Dat was maar zuiveruit ’t model van ‘nen ezel."En dat heeft twee jaar lang geduurd, iederen avond ’t zelfste.
Onderwerp
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
Beschrijving
Een man die terugkwam van de boerderij waar hij werkte, werd altijd besprongen door een beest, zodat hij helemaal bezweet was. Het beest had de grootte van een ezel en had een lange staart en grote ogen. Het beest legde zijn voorpoten op de schouders van de man. Bij het kapelletje dat langs de weg stond, verdween het beest altijd. Twee jaar lang werd de man iedere avond besprongen door het beest.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
200
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
