Hoofdtekst
Da was in Wingene. En ’t was daar ne boer en j’had nooit geen beutre en je goeng naar de paters en ze zeien: "Ge moet een eiken wisse in de keern steken." En je stak het d’rin en je keernde en da was oei en ai en een wreed leven. En da was die toveresse die daarin zat en die azo geslegen wierd. En ton had ie wel were beutre.
Onderwerp
SINSAG 0533 - Butterhexe   
Beschrijving
In Wingene woonde een boer die geen boter kon maken. Van de paters kreeg de boer de raad om een tak van een eik in het botervat te steken. Toen de boer dat had gedaan en begon te karnen, hoorde hij een hels lawaai. Het was de toveres die in het botervat zat en werd geslagen. Daarna kon de boer weer boter maken.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
457
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Egem   
Plaats van Handelen
Wingene   
