Hoofdtekst
Willemke Slechten van Diepenbeek, dat werkte op den ijzeren weg. Dat had ene nonk in Luik. Die woor bij de Spiriten en Willemke had ene boek van hem gelezen. Op enen avond zaten (we) in Tongeren en Willemke woor aan het vertellen van zijne boek. Er zei: 'Leg uwe vinger eens op de plaat van de stoof, bo de bidongs (drinkbussen) warm worden.' Ver deden dat en de bidongs begosten te bibbelen. Ich zei: 'Laat het maar, 't is genoeg geweest' en toen was het gedaan. Daarna heeft Willemke zolang gelezen tot het in kontakt koem met die geesten. Op enen avond zag er de geest op zijn kamer. Willemke had drie dagen geklopt op zijne muur en de vierde dag was de geest bij hem. Maar niemand zei iets en toen dacht het: 'Wat moet ich doen?' Het trok het deksel over zijne kop en het zei: 'Ich wil do niks meer van weten' en de geest was voert. En daarna heeft het van alles aan de hand gehad. Het goeng werken in ene keer stond het in volle licht en 'ene volgende keer op dezelfde plaats kreeg ich een klets in mijn gezicht da ich niemeer wist bo (waar) ich stond', zei Willemke. Toen is het naar ene Jezuiet gegaan en het had van alles moeten doen. Dat heeft het mech nie verteld. Toen was het tevan af.
Beschrijving
Willem S. uit Diepenbeek had een boek gelezen van zijn oom die geestelijke was in Luik. Daardoor kon Willem in contact komen met geesten nadat hij driemaal op zijn muur had geklopt. Sindsdien maakte Willem allerlei vreemde dingen mee. Wanneer Willem aan het werk was, werd hij plots beschenen door een fel licht of kreeg hij een slag in zijn gezicht. Uiteindelijk heeft een jezuïet Willem van zijn toverkracht verlost.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (bilzen)
459
memoraat
Naam Overig in Tekst
Willem S.   
Jezuïeten   
Naam Locatie in Tekst
Bilzen   
Plaats van Handelen
Luik   
Diepenbeek   
