Hoofdtekst
Es vreuger einen opgehange woer op Siemkesheuvel, dan gonge de sjoelkeinjer en alles mèt. De schout dae droog ene bessem väörop. Dat wolk beteikene dat ze het galgenaas hiej wollen oetkiëren (uitkeren).
Beschrijving
Wanneer er vroeger iemand werd opgehangen op Siemkesheuvel, dan gingen alle schoolkinderen kijken. De schout die voorop liep, had een bezem in de hand. Dat was een symbolisch gebaar voor de wil om het galgenaas 'weg te vegen'.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (maasvallei)
623
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eisden   
Plaats van Handelen
Siemkesheuvel (tussen Elen en Aldeneik)   

