Hoofdtekst
In mijn jonge tijd als ik dan thuiskwam, dat zag ik direkt, zo langs de baron zijn vijvers op hè, dan meende ik eerst dat dat stropers waren met hun lichtbak. 's Anderendaags vroeg mijn vader: 'Waar waart ge naar kijken geweest?' zei hij. 'Ik kwam thuis,' zei ik en daarmee meende ik als ik ginder op de berg was, dat de stropers met de lichtbak bezig waren en zo is dat afgekomen en langs de twaalf bonder (= plaats rond de Visserij in Lutselus-Diepenbeek) en overgegaan bijkans tot aan het kasteel en ik had dat recht in 't oog en opeens schudde het hem en toen vielen daar vonken uit. 'Tja, dat is een schoverik' zei hij. 'Die heb ik 's avonds ook al gezien maar ik heb er zeleven niks willen van zeggen.'
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
Een jongeman die 's avonds naar huis wandelde, zag onderweg een vuur dat zich voortbewoog en vonken van zich af schudde. Zijn vader vertelde hem dat het de vuurman was geweest.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
midden-limburgs
f
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
