Hoofdtekst
In 's Heerenelderen ligt kort bij de weg op Mopertingen een put in een beemd en die heten ze de Duivelsput. Daar is een kerk van Tongeren verzonken en daar hoorden ze op Kerstnacht de klokken nog luiden. Wie daar dan te kort bij komt, wordt erin getrokken. Daar was eens ene op 'loer' en die wist niet dat het kerstnacht was en hij zat niet wijd van de Duivelsput in 't bos. Daar kwamen toen twee zwarte mannekens uitgekropen met grote ogen en een grote mond en die kwamen op hem af, terwijl de klokken begonnen te luiden. Maar hij loste een scheut en toen kon hij nog wegvluchten.
Onderwerp
SINSAG 0980 - Der Glockenpfuhl.   
Beschrijving
In een weide in 's Heerenelderen lag kort bij de weg naar Mopertingen een put die de Duivelsput werd genoemd. Omdat in die put de kerk van Tongeren was verzonken, hoorde men er elk jaar op kerstnacht de klokken luiden. Wie te dicht bij de put kwam, werd er in getrokken.
Een stroper die niet wist dat het kerstnacht was, kwam in de buurt van de Duivelsput, toen plots de klokken begonnen te luiden en er twee zwarte mannetjes met grote ogen een een grote mond uit het bos kwamen. De stroper schoot snel met zijn geweer en maakte dat hij wegkwam.
Een stroper die niet wist dat het kerstnacht was, kwam in de buurt van de Duivelsput, toen plots de klokken begonnen te luiden en er twee zwarte mannetjes met grote ogen een een grote mond uit het bos kwamen. De stroper schoot snel met zijn geweer en maakte dat hij wegkwam.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
3.1 Duivels
zuid-limburgs
fabulaat
Dit verhaal werd opgetekend door Nicolas V. voor Jules F.
Naam Overig in Tekst
Duivelsput ('s Heerenelderen)   
put (Duivels-) ('s Heerenelderen)   
Naam Locatie in Tekst
Berg   
Plaats van Handelen
's Heerenelderen   
Tongeren   
Mopertingen   
