Hoofdtekst
Ich lag in de vrij (voederstal van de paarden) te slapen neven de oude Willem en 's nachts hoorde er (hij) de maar aankomen. Dan begoesten de paarden in ene keer te springen aan de krip. Er (hij) hoorde dat aankomen gelijk ene ruis - zei er en 'Als ich mech kon op mijn zij leggen dan was het goed', maar anders kon er zich niet meer beroeren, niks meer doen als denken.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
De oude Willem, die 's nachts in de voederstal van de paarden sliep, werd vaak bereden door de maar. De paarden begonnen dan ook te steigeren in hun stal. De man kreeg het erg benauwd en kon niet meer bewegen. Wanneer de man op zijn zij sliep, had hij nooit last van de maar.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (bilzen)
115
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Willem   
Naam Locatie in Tekst
Veldwezelt   
