Hoofdtekst
Ge hebt gij toch nog van den Bouckaert gehoord? Den ouden Bouckaert in zijnen tijd was vitrinair, en hij was goed maat met mijn vaders vader. Hij weunde hem toen in Zulte. En Bouckaert ging ‘ne keer van Waregem naar Zulte naar mijn vader. En Bouckaert had zijnen hond mee, ‘nen zwarten hond. En Bouckaert was van den ene gracht in den anderen verleerd. En zijnen hond haalde hem eruit. En zegt ie tegen mijn vaders vader: "Jean-Baptiste, ge moet mee gaan naar mijn huis, en ‘k zal den hond meezenden al werekeren." En hij ging met Bouckaert naar zijn huis.En als hij thuis kwam, ging Bouckaert naar zijn kamer. En als hij ’n endeke in de kamer was, kwam hij were buiten, en zegt hij: "Jean-Baptiste, ga nu maar were naar huis, maar blijf niet staan, want als ge staat, zijt ge eraan." Zegt ie: "Ge moet altijd voortgaan en mijnen hond zal meegaan tot aan uw huis. En als ge thuis zijt, doet de deure toe en kruipt in uw bedde, want", zegt ie, "der is hier iemand die de mensen op de weg Waregem-Zulte ulderen weg doet verleren. ‘k Benne ook verleerd geweest als ‘k kwam. Maar mijnen hond heeft me gered. En als ge naar huis zult gaan, zult ge ook verleerd zijn, maar ge moet mijnen hond volgen."En mijn vaders vader ging weg. En hij zag langs de bane vele mensen "wandelen" (= rondwandelen, verleerd zijn).En mijn vaders vader ging ook van den ene gracht naar den anderen. Maar den hond - ’t was ‘nen geleerden hond hé - pakte hem bij zijn kleren, en hij is goed thuisgekomen.
Beschrijving
Een veearts ging samen met zijn zwarte hond van Waregem naar Zulte, waar hij een vriend ging bezoeken. Onderweg werd de veearts telkens in de gracht gegooid, zodat zijn hond hem er weer moest uithalen. De veearts vertelde aan zijn vriend wat er was gebeurd en vroeg hem mee te gaan naar zijn huis. De veearts zou zijn hond meesturen met de vriend wanneer die op zijn beurt terug naar huis ging. Toen de vriend klaar stond om te vertrekken, sprak de veearts tot hem: "Vertrek nu maar, want als je blijft staan, ga je eraan. Zodra je thuiskomt, moet je de deur sluiten en in bed kruipen. Op de weg tussen Waregem en Zulte doet iemand de mensen verdwalen. Met mij is dat ook gebeurd, maar mijn hond heeft mij gered". Op zijn weg naar huis, zag de vriend inderdaad veel mensen die verdwaald waren. Omdat hij de hond bleef volgen, geraakte hij zonder problemen thuis.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
153
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heestert   
Plaats van Handelen
Zulte   
Waregem   
