Hoofdtekst
27 Wat wij wel deden in de winter, dat was met dinge, na Allerheiligen was dat (= op 11 november). En dan maakten wij, ‘króóte’ uithollen, hé en dan zetten we daar kaarsen in. Dan maakten we zoals … (= onverstaanbaar-C) en dan zetten we dat ‘alle kaante’ (= overal) voor de ‘läöi’ bang te maken. En dan kwamen ze …
Beschrijving
Op 11 november liepen de kinderen rond met uitgeholde bieten waarin ze kaarsen hadden geplaatst om de mensen bang te maken.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
27D 411
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
