Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0193_0194_16741 - De dode te gast

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

’t Was een rijken here, die noch van God noch van zijn gebod en wiste, noch van den duivel noch van d’helle, nieten. Hij geloofde aan nieten! Hij hadde een maarte bij hem en die maarte was stijf (zeer) kristelijk. Die maarte wilde altijd hebben dat hij hem bekeerde, maar hij wilde van geen bekeringe weten. Je loech ze uit en zei: "Al die dat geloven gelijk gij, ’t zijn allemaal zotten gelijk”! Hij geloofde nieten. Nu, op zekeren avond, hij gaat gaan wandelen naar ’t kerkhof en je loopt daar tussen de graven en al met een keer, je ziet daar een doodshoofd liggen. Je schupt dat hoof altijd voor zijn voeten voort lijk om er de zot mee te houden. En zegt hij tegen dien kop: "Ze zeggen dat er nu nog leven zit in jou achter dat je dood zijt”, zegt hij, "maar ik geloven dat niet! Als het waar is”, zegt hij, "je meugt t’ avond komen eten aan mijn tafel, ’t is juist een vergaderinge”, zegt hij, "je meugt komen, ’t is keremesse t’avond”! Als het een keer twaalven in den nacht was, al met een keer er klinkt (belt) entwien. De knecht gaat en hij doet open, maar hij deinsde achteruit van ’t verschot, nee. Je zegt: "Wat is dat nu”? en je ziet daar een spook voor hem staan, met gloeiende ogen en dat spook zegt dat het daar moet binnen zijn, dat het daar uitgenodigd is! De knecht zegt dat tegen dien here, tegen zijn baas binnen, dat er daar zulk een ding staat buiten. "Jamaar niemendolle”, zeggen ze, "laat hem maar zere buiten staan. Er moet hier niemand meer komen, me zijn hier allemale, ’t moet hier niemand meer zijn”! De knecht gaat en hij zegt tegen dat spook dat hij daar niet uitgenodigd is en dat de genodigden daar allemale zijn. "Niemandolle”, zegt dat spook, "ik moet hier zijn” en hij stuikt dien knecht achteruit en je gaat zere naar die zale waar dat ze vergaarden. Hij ziet daar dien here zitten, nee, maar ’t eerste dat hij doet als hij binnenkomt is een goed glas wijn drinken. Je gaat teon alzo stilletjes naar dien baas van ’t huis, naar dien here en zegt hij tegen dien here: "Je zijt gij mijn overgrootvader en je moet gij mee met mij”, zegt hij, "ik heb d’opdracht van jou mee te doen”! "Niemendolle”, zegt dien here en je stribbelt tegen, maar dat spook pakt hem vast en je slaat dien here tegen de meur met zijn kop alsan reke (voortduren) en ’t en doste niemand helpen, want z’hadden allemale benauwd. Ten langen lesten, dien here was dood en dat spook pakte hem in zijn armes en je droeg hem weg. Al met een keer ze zagen noch here, noch spook meer. En de mensen die daar waren, waren bijkan dood van benauwdheid. Je was hij naar d’helle. N.B. De pastoor bevestigt dat zijn huishoudster het verhaal van haar moeder hoorde.

Onderwerp

SINSAG 0411 - Toter zu Tisch geladen.    SINSAG 0411 - Toter zu Tisch geladen.   

Beschrijving

Een rijke ongelovige heer vreesde God noch gebod. Zijn meid wilde hem altijd bekeren, maar hij verklaarde haar voor gek. Toen de heer op een dag op het kerkhof wandelde, schopte hij tegen een doodshoofd en zei: "Ze zeggen dat er na de dood nog leven is, maar ik geloof dat niet. Als het toch waar is, dan mag je vanavond bij mij komen eten!" Die avond werd er om klokslag twaalf uur aangebeld. De knecht deed open en zag een spook met gloeiende ogen staan. Het spook kwam binnen, dronk een glas wijn en sprak dan tot de gastheer: "Jij bent mijn overgrootvader en ik heb de opdracht gekregen om jou mee te nemen. Het spook greep de tegenstribbelende heer vast en sloeg hem met zijn hoofd tegen de muur. Toen de heer dood was, werd hij door het spook meegenomen. Hij ging naar de hel.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
42
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Jan    Sint-Jan