Hoofdtekst
Hier mijn oudste jongen, mijn oudste jongen, wor, hij is nu verongelukt over een jaar of acht - ik woonde in de Bosstraat hè - en die stond 's nachts op in zijn bed en dan stampen wor, stampen dat hij niet kon slapen wor. Die was ook geplaagd door iets, wor. Maar ik zeg juist hoe het is: toen ging ik naar de pastoor toe en die overlas hem en toen was gedaan. Wat was dat geweest hè? Wat was dat geweest? Die stond uit zijn bed op en die ging voor zijn bed staan en die stampte zo maar op de grond uren lang en dat dikwijls vier, vijf nachten. En toen ging ik naar de pastoor toe en die overlas hem. Wat dat vanzeleven geweest is? Die was ergens van geplaagd, wat dat was, dat weet ik niet. Met mijn oudste jongen heb ik dat aan de hand gehad.
Beschrijving
Een jongen stond elke nacht op, ging dan voor zijn bed staan en begon op de grond te stampen. Nadat de jongen door de pastoor was overlezen, sliep hij rustig.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
c
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lambrechts-Herk   
