Hoofdtekst
Min moeders vader was van niet benauwd en ’t was hier een vrouwmens dat de name had en je zei: "Ze mag komen en al doen wat da ze wilt, ze kan toch niet." En ze kwam en ze dei niet speciaal maar o ze een ende weg was, kost ie amenekeer bijkans nie meer gaan. En je ging gaan dienen met een vrouwmens van de gebeurs en achter een ende koste d’r geen één van de twee nog weg. En ze zetten ulder alletwee nere voor te lezen en ton kosten ze were voort. En z’hèn gediend en da was ton gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een dappere man was niet bang voor een vrouw uit het dorp over wie men vertelde dat ze kon toveren. De man zei: "Die vrouw mag komen en doen wat ze wil. Ze kan toch niets". De vrouw kwam tot bij de man en deed niets bijzonders. Toen de vrouw weer weg was, kon de man echter bijna niet meer lopen. De man ging op bedevaart met een buurvrouw. Na een tijdje konden noch de man noch de vrouw voort. Ze gingen allebei zitten en begonnen te bidden. Nadat de twee op bedevaart waren geweest, had de toverkracht geen invloed meer.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
278
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schuiferskapelle   
