Hoofdtekst
De bokkerijders woaren gevoarlijke mannen. Het woaren hele bendes woa ungevlogen koemen. Ze zoeten allemoil op ne bok en vloogten zo deur de loch. As de minsen ze zoogten unkomen hoane ze al sjrik en ze sloeten alle deuren en vinsters want de bokkerijders goenken euveral stelen.
Onderwerp
SINSAG 01320   
Beschrijving
De bokkenrijders waren rovers die door de lucht vlogen op een bok. Wanneer de mensen de rovers zagen aankomen, waren ze zo bang dat ze snel alle ramen en deuren sloten.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (borgloon)
111
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen - Bovelingen   
