Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0047_0047_20736

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

‘k Kwamen toen e keer van ’t hof van Henri Liefooghes. En ‘k kommen ik toene an e kuul wor dat er e planke lag. Up t’ende van die planke zat er e groten hoend. Ik an e grote stok en ik slon met die stok en dien hoend sproeng van hier toet an dat bomtje dor. ‘k Hoorde dien hoend toen achter mijn in ’t bus, ‘k hoorde hem in de blaten. Toen wos er e weê en ‘k hoorde hem toen niet meer. An de planke over de beke an mijn huus peinsde ‘k ik datten dor weg ging zitten mor ne zat er niet. ‘k Peinsde dat dat ook e waterduvel wos want ne zat ook lansen de beke.

Beschrijving

Een man kwam terug van een boerderij. Toen hij bij een kuil kwam, waar een plank over lag, zag hij op die plank een grote hond zitten. De man sloeg met een grote stok naar de hond, waarop het dier een grote sprong nam. De man ging voort, maar hoorde de hond nog steeds. Hij verwachtte dat de hond bij de plank over de beek bij zijn huis zou zitten, maar dat bleek niet het geval te zijn. Die hond moet de waterduivel zijn geweest, want hij zat bij een beek.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
21N
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Henri Liefooghes    Henri Liefooghes   

Naam Locatie in Tekst

Langemark    Langemark