Hoofdtekst
De katten zaten ook veel aan U vroeger, met kudden zo. Dat was meer om tien, elef uren, ook aan-de-depot-van-den-tram. Een hele koebel (= hoop) katten, wel twintig, en dat deed en dat sprong maar!' miau, miau,miau... rond oech (=U). Dan moes(t) zje stillekes aterwjats (= achterwaarts) uit dat gewemel uitgaan, want as zje ze stampte, dan waren ze allemaal op oech (= U) want dat waren heksen.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
's Avonds zaten er wel twintig miauwende katten bij de tramhalte. Men mocht de dieren niet stampen, want dan werd men aangevallen. Die katten waren immers heksen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
760
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
