Hoofdtekst
’t Liep hier vroeger altijd een witten hond rond met een slepende keten. En de boeren zagen hem zo gèren (graag) kommen. Je (hij) brochte (bracht) ’t geluk van d’een hofstee naar d’ander. En asten wegging, je nam ’t geluk weer mee. Dien hond dat was den duivel, zeien ze.
Onderwerp
SINSAG 0883 - Teufel als Hund; hält Sünder Gesellschaft.   
Beschrijving
Vroeger liep in Leffinge een witte hond rond met een ketting rond zijn nek. De boeren zagen de hond graag komen, want het leek wel alsof het dier geluk bracht. Wanneer de hond wegging, nam hij het geluk echter weer mee. Men vertelde dat die hond de duivel was.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (kamerlingsambacht)
294
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leffinge   
Plaats van Handelen
Leffinge   
