Hoofdtekst
Duivels ranselen tot inkeer gekomen kollega af.Maar dat dieë vent (nl. Tist den Duvel) afgezien heeft veur van den duvel af te g’raken, da was iet se!Z’hên hem horen roepen tot op de Kruisstrate. Da was ook al van Parik te kommen, daar ieverst aan de Viverdaal en ie wierd standvastig in de grond gesmeten.Enne, volgens dat ’t schijnt, was ter mijn grootvader bij, - ’t es waar zille, mijn grootvader was ter bij -.En ie wierd standvastig in de grond gesmeten en ie wierd aan zijn haar getrokken.“Ha maar Tist, wa doeë gij de?” zei ’t hij mijn grootvader, “Och zwijg man, da ge wist wa da kik afzage!” zei ’t hij.En hij hâ bij de pater geweest veur van den duvel af te g’raken. En azo afzien dat hij deed! Standvastig wierd hij in de grond gesmeten van den duvele en aan zijn haar getrokken. En leven dat hij hield hien, ja! En tans es ’t hij – ’t es echt waar zille -, en tans es ’t hij daar van af gegaan.
Beschrijving
Een man die door de duivel was bezeten, werd tegen de grond gegooid en bij de haren getrokken. De man ging naar de pastoor om van de duivel verlost te geraken. Uiteindelijk is dat ook gelukt.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (zuiden)
220
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
