Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WACHT0424_0424_3929 - Het sprookje van een blinde die de raad van dieren volgt

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Ene wolf en ene beer en ene vos die vertelden eens een wonder. Ene blinde mens op de weg hoort dat en daar valt hij aan een boom en hij de boom op en toen hij boven kwam, voelde hij dat de boom hol was en hij liet hem afzakken. Ze komen af en de wolf vertelt. De vos zegt: 'Die op dat water komt zal beloond worden.' 'Ja', zegt de wolf, 'die op dit water komt zal beloond worden.' En de beer komt: 'Die op dit water zijn handen en zijn gezicht wast en het is een blinde, dan zal hij zien.' De blinde had dat gehoord en toen ze weg waren wast de blinde zijn ogen en hij ziet. En onderweg hoort die zeggen dat de koningsdochter ook blind is. Tja, nondedju, die naar de koning zijn paleis. 'Ja', zegt de koning, 'als gij dat kunt, moogt ge koning zijn.' Hij moest ver gaan en hij spant een paard in en de koets. Aan die beek legt ze haar handen op het water en zo op haar gezicht en ze zag. Hij heeft zeleven niet meer hoeven te werken. Ja, het gedierte is vroeger zo slim geweest als de mensen.

Beschrijving

Een blinde man die zich in een holle boomstronk had verborgen, luisterde het gesprek van een wolf, een beer en een vos af. De vos zei: "Wie in dit water komt, zal beloond worden", waarmee de wolf instemde. Daarna zei de beer: "Een blinde die met dit water zijn gezicht en zijn handen wast, zal weer kunnen zien". Toen de dieren weg waren, kroop de blinde uit de boom en waste zijn gezicht en handen met het water. Wonderbaarlijk genoeg kon de blinde inderdaad zien. Omdat de man had gehoord dat de koningsdochter ook blind was, trok hij naar het paleis. De koning geloofde niet echt dat de man zijn dochter haar gezichtsvermogen zou kunnen teruggeven en hij zei: "Als jij dat kan, dan mag je in mijn plaats koning worden!" De man bracht de koningsdochter naar het water, waardoor ze kon zien. Daarna mocht de man koning worden.

Bron

W. Achten, Leuven, 1971

Commentaar

7. Sprookjes
midden-limburgs
S3
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Diepenbeek    Diepenbeek