Hoofdtekst
Te Coenes dat was daar al betoverd. Als ze daar pap aten, de lepels sloegen ossan egen nulder voorhoofd, en ’s nuchtends de koeien waren gebonden in d’appelbomen. En op de zolder ’t was lijk zulk een geruchte, ’t was lijk oorloge, en ze kosten daar geen butter krijgen, ze mochten al kèren dat ze wilden. En de paters kamen en ze gingen gaan kijken naar de zolder en ’t lagen daar voetelingen en wat kulten en de paters zeien dat ze dat mosten opbrannen en dat heeft dan gedaan geweest.
Beschrijving
Op een boerderij in Stavele gebeurden vreemde dingen. Wanneer de mensen er pap aan het eten waren, sloegen de lepels tegen hun hoofd. Men kon ook geen boter meer karnen.'s Ochtends waren de koeien vastgebonden aan de appelbomen en op de zolder hoorde men geluiden alsof er een oorlog werd uitgevochten. Toen men de paters liet komen, stelden die vast dat op de zolder enkele sokjes zonder hiel en nog wat rommel lagen. Nadat de bewoners dat alles hadden verbrand, gebeurden er geen vreemde zaken meer op de boerderij.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
548
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stavele   
Plaats van Handelen
Stavele   
