Hoofdtekst
’t Was hier ’n boerhof en al de beesten gingen dood en ’t groeide niets niet meer op ’t land, allé, ’t hof ging heel te niete.En ze gingen achter Bouckaert en Bouckaert kwam met zijn toverboeken, en hij zei: "’t Is ’t kwaad die op de zolder zit." En hij ging de zolder op en hij sloot de deure en hij bleef daar wel ’n ure. En leven (lawaai) dat er daar was! Om te horen had hij veel miserie… En achter ’n ure kwam hij heel bezweet were naar beneden en hij zei dat hij ’t kwaad overmeesterd had.En inderdaad ’t kwaad was weg van ’t hof en ’t draaide were allemale goed.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij in Deerlijk stierven alle dieren. Omdat ook de gewassen niet meer groeiden, liet de boer een man met toverboeken komen. "Het kwaad zit op de zolder", sprak de tovenaar, en hij zonderde zich een uur lang af op de zolder, waar men allerlei geluiden hoorde. Toen de tovenaar bezweet naar buiten kwam, zei hij dat hij het kwaad had overmeesterd. Daarna gebeurde er inderdaad niets vreemds meer.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
463
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
Plaats van Handelen
Deerlijk   
