Hoofdtekst
Den eeuwigen jager, dat heeft gebeurd in Sint-Ecarus te Winnezele “l’homme sauvage”. ’t Heeft daar een kasteel gestaan en dat heeft verzonken en de plekke is nog zichtbaar, in den middel (midden) van ’t bus. ‘k Heb ik nog derbij geweest. ’t Was rondom in ’t water, een mote lijk in den Honschotewal, dat heeft ook verzonken daar. ’t Was een zeune en hij wilde jagen en hij muchte (mocht) niet van zijn vader. “Maar”, zegt’n, “ja, ’k gaan alleszins jagen”. “Nu”, zegt zijn vader, “jaagt en blijft jagen en jaagt tot in der eeuwigheid”! En hij heeft blijven jagen en hij kwam ossan schreeuwen boven ’t bus lijk een wilden. Hij vloog, zeien ze. Als ’t waar is ‘k en weeten ik niet, ik heb het niet gezien. ’t Is te lange geleden.
Beschrijving
In het Sint-Ecarusbos in Winnezele zou ooit een kasteel zijn verzonken. De plaats was nog zichtbaar in het midden van het bos. Toen de zoon van de kasteelheer wilde gaan jagen tegen de zin van zijn vader, had deze laatste gezegd: "Jaag en blijf jagen tot in de eeuwigheid!" De zoon moest voor eeuwig boven het bos rondvliegen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (franse grens)
96
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Ecarusbos (Houtkerke)   
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
Plaats van Handelen
Winnezele   
