Hoofdtekst
Ja, die tovermeetjes! Ze liepen altijd met iets in ulder zakken hé: suiker, ‘nen appel of ’n père. En ze gaven dat aan de jongens, en de jongens kwamen toen ziek.Ach ja, dat was daarvan hé, als ze iets gaven, ge mochte ’t nooit niet pakken of g’hadt ’t zitten!
Beschrijving
Toverheksen hadden altijd suiker, een appel of een peer op zak om aan de kinderen te geven. Kinderen die van dat voedsel aten, werden ziek.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
326
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gijzelbrechtegem   
